Inleiding
1. De naam Mellink
1.1 De feiten
1.2 Opmerkingen
2. De eerste Mellinks in de geschiedenis
2.1 De feiten
2.2 Genealogische hypothesen
3. Genealogieën van de verschillende takken
3.1 De feiten
3.2 Genealogische hypothesen
3.3 Nabeschouwing
4. Wordinggeschiedenis van deze publicatie
5. Bronnen
6. Nadere bevindingen omtrent de eerste Mellink's
6.1 Inleiding
6.2 Belastingheffing in 1571 te Varsseveld
6.3 De brandschatting of "Dinghtaell" in 1584 te Varsseveld
6.4 "Kerkstrijd" te Varsseveld in 1592
6.5 Brief uit Varsseveld aan het Hof van Gelre 15 augustus 1600
6.6 Een proces in 1601 over het "Guedt Mellinck"
6.7 Proces over het plaggen op leengoederen Mellinck e.e. in 1614
6.8 Tussenbalans
6.9 Het Rookhoen te Varsseveld in 1656
6.10 Afrekening van de ontvanger der Generale Middelen 1689-1714
6.11 Lijst restanten Verponding Varseveld 1721, 1722
6.12 Archief Nederlands Hervormde Gemeente te Varsseveld
6.13 De Kerkregisters van 's-Gravenhage uit de 18eeeuw
6.14 Afsluiting
1. De naam Mellink
Geruime tijd voordat de eerste keer Mellink als persoonsnaam in de geschiedschrijving wordt genoemd, komen we de naam Mellink reeds tegen, maar dan in verband met onroerend of het landschap.
Het betreft de naam van een goed die als volgt wordt beschreven :"Mellinck gelegen voor de landweer in den Kerspel van Versevelde". Later wordt daar nog aan toe gevoegd : "gelegen op den Heelwege".
Vanaf 1378 zijn de beleningen van dit goed aan verschillende heren geregistreerd tot 1798. Daarna is het verkocht en doorverkocht.
In 1719 en in 1729 worden telkens een vierde part van het goed Mellinck afgesplitst en apart beleend. In 1798 vinden verdere afsplitsingen en aparte beleningen plaats. Dit zijn respectievelijk:
- 3/4 van het erve en goed, den Groten Voss genaamt,
- 3/4 van het erve en goed, den Kleynen Vos genaamt,
- 3/4 van het erve en goed, Kuenen genaamt.
N.B. In een oorkonde uit 1335 worden enkele Varsseveldsche hoeven vermeld, waaronder de "Voss". Hetgeen doet
vermoeden dat "Mellinck" toen ook bestond.
In de achtiende eeuw is herhaaldelijk in acten sprake van Mellingse goederen. Uit nadere beschrijving blijkt dat hieronder wordt verstaan :
"Mellink, groten en kleinen Vos en Kuenen Stede".
Kennelijk is Mellingse goederen de verzamelnaam voor deze vier boerderijen.
In het volgende hoofdstuk komen de boerderijnamen Vos en Kuenen weer terug als pachtgoederen van de kerk te Varsseveld.
Op een kaart van de Halse Mark getekend door Nicolaes van Geelkercken anno 1643, schaal 1 : 8000, treffen we de naam
Mellink wederom aan in verschillende betekenissen.
Achtereenvolgens zijn dit:
- Mellingh Kamp voor een klein hoger gelegen gebied binnen de gemeente Varsseveld tegen de gemeentegrens van Zelhem aan,
- Mellingh heuvel voor een verhoging die als landmerk diende voor het bepalen van de gemeentegrenzen,
- Mellingh graeff voor een watergang,
- Mellinghveen, een veengebied dat inmiddels is ontgonnen. Op huidige kaarten wordt dit gebied als Mellinkmaat aangegeven, hetgeen weide betekent. Het ligt in de gemeente Lichtenvoorde,
- Hendrick op Mellingh als naam voor een boerderij gelegen nabij Mellingh Kamp. Hendrick is vermoedelijk de naam van de bewoner, misschien de Henrickof de Henrijck die we later in hoofdstuk 3 tegenkomen.
- Vos Stee of Middelmellingh als naam voor een andere boerderij vlak bij de voorgaande gelegen
Beide laatst genoemde boerderijen liggen in de gemeente Varsseveld. Zie het desbetreffende kaartfragment in de map illustraties (Documenten).
Het zal duidelijk zijn dat deze beide boerderijen tot eerdergenoemde Mellingse goederen behoren. Volledigheidshalve vermelden we dat ook op een andere zeventiende-eeuwse kaart, die van jan Lindt, gemaakt in ca. 1650, de Mellingse goederen zijn te vinden. Nu echter met de spelling "Mellinck", en wel als volgt:
- driemaal een "Mellinck" camp waarvan een met een "huis" en een met een "hove".
- de "Mellinck hoevel".
In het kerkenboek van de gemeente Varsseveld wordt een "Cleijn Mellingh Stedeke" vermeld, gelegen op de Heelweg. De verpachtingen zijn vanaf 1654 geregistreerd. Het betreffende goed wordt als volgt beschreven : "Cleijn Mellingh Stedeke,
sijnde een huijsstede met een hoff ende garden, item een kamp seylands ongefehr van een mlr. Saet ende inlieggendes groenlandt".
Op een kaart van Blaeu van 1662 is een "buertschap Mellingh" en het Mellinghveen aangegeven.
Reeds eerder, in 1654, werden deze ook op kaart gebracht door de Gelderse provinciale landmeter, Nicolaas van Geelkercken.
Hij gebruikte de schrijfwijze "Bourschap Melling" en "Mellingsveen". Zie: Arent van Slichtenhorst XIV, Boeken van de Gelderse Geschiedenissen, Arnhem 1654.
Kennelijk werden toentertijd de boerderijen van de Mellingse goederen tesamen van voldoende belang geacht om als buurtschap
te worden beschreven.
In 1851 wordt het landgoed Mellink vermeld als leverancier van dennenhout voor de aanleg van de "paaltjesweg" van Terborg naar Varsseveld.
Op de Heelweg ligt de huidige boerderij Mellink, waarop vroeger de naam "Mellink" in rode pannen op een grijspannendak was te lezen (zie foto). De orginele boerderij is verdwenen, alleen de fundamenten zijn daar nog van over, te vinden op circa 100 meter
van de huidige boerderij.
Het huidige "Klein Mellink" is gebouwd in 1830, en uitgebreid in 1875. Het nieuwe grote boerderijhuis is gebouwd in 1970. Ca. 1996 vond er weer een een verbouwing plaats waarbij de naam "Mellink" in het dak is verdwenen.
De plaats van de huidige boerderij ligt zover dat is na te gaan, ongeveer op de plaats van de Mellingse goederen. De ligging komt overeen met waar op de oude kaart van 1643 "Mellings huvel" was gesitueerd. Op de laatste huidige topologische kaart van 1991, schaal, 1: 50.000 wordt de bewuste boerderij aangeduid met "Kl. Mellink" (Cleijn Mellingh Stedeke?)
In de naaste omgeving is op de huidige kaart een boerderij " De Vos" te vinden. Qua ligging komt deze overeen met de "Vosstee of Middelmellingh" op de kaart van 1643. Op oudere kadasterkaarten van omstreeks 1890 wordt voor deze boerderij de
benaming "Groote Vos" gebruikt. Op deze oudere kaart is ook nog een boerderij "Kleine Vos" aangegeven op 100 m ten westen van de "Groote Vos".
Zo vinden we dus de Mellingse goederen genoemd in de leenregisters uit 1378 weer terug na 500 jaar!
Als curiosum melden wij nog dat de naam Mellink nu ook nog in het landschap te vinden is te Eibergen en Doetinchem. In
Eibergen betreft dit de zogenaamde "bosjes van Mellink" ten Zuid Oosten van Eibergen, thans een natuurmonument onder beheer van Staatsbosbeheer.
Voorheen in bezit van leden van de Mellink-familie, de Jan Hendrik, geb. Eibergen 21-9-1865 en zijn zoon Johan Albert Gradus, geb. Eibergen 2-11-1914.
In Doetinchem is het de "Mellinkstraat" in het oostelijk buitengebied van deze gemeente, wellicht genoemd naar Gerrit Jan Mellink, wethouder en locoburgemeester van 1818 tot 1829.
Voorts zij vermeld dat de naam Mellink in de schrijfvorm Melling niet uitsluitend in Nederland voorkomt. In Engeland bestaat een buurtschap Mellings in de buurt van Liverpool en een dorpje Melling nabij Lancaster. Deze plaatsen bestaan reeds zeer lang, beiden worden genoemd in het Doomsday Book van 1086. De achternaam Melling komt in Lancashire voor vanaf de twaalfde eeuw.
In de verenigde staten wonen vele Mellings, voor zover bekend afstammelingen van geëmigreerde Engelsen uit de omgeving van Liverpool.
In Duitsland is de naam Melling ook bekend, 41 vermeldingen in de telefoongids. De Eifel (Groszraum Köln bis Trier) zou het stamgebied zijn van deze naam.
In Frankrijk komt de naam sporadisch voor in het noord-oostelijke deel van het land, in de departementen grenzend aan
Luxemburg. Van enig verband met Nederland en Nederlanders met de naam Melling is niets bekend.
1.2 Opmerkingen
Het is verleidelijk om te speculeren of de geslachtsnaam Mellink is afgeleid van de naam van het goed Mellink; bewoners nemen
de naam aan van het goed waar zij zich vestigenden.
Omgekeerd is ook mogelijk; bewoners geven hun naam aan het goed dat zij stichtten.
Zelfs een tweezijdige relatie is denkbaar. Het scenario zou als volgt kunnen zijn.
Eerste bedrijf: een zekere Mellink sticht het goed, geeft het zijn naam en verdwijnt daarna van het toneel. Latere bewoners van de Mellingse goederen nemen de naam Mellink aan, soms met toevoeging van de boerderijnaam. Wij zullen het hierbij laten. Er zijn
te weinig aanwijzingen om met enige waarschijnlijkheid een uitspraak te wagen.
Een andere vraag blijft, namelijk wat is de oorspronkelijke betekenis van de benaming "Mellink".Het is een oude benaming die in 1378 voor het eerst in akten wordt vermeld als de naam van het leengoed "Mellinck". Als persoonsnaam in Nederland zijn er ook vermeldingen van vroege datum met verschillende spellingsvarianten, zoals "Melling" (1481, Holland) en "Mellynck" (1571, Heelweg, Varsseveld).
De uitgangen "ink" en de variant "ing" dateren uit de vroeg-germaanse tijden. En kwamen voor in het gehele Germaanse taalgebied, vooral in het Oud-Saksische en Angelsaksische deel. De Achterhoek behoort tot het Oud-Saksische deel. De hoofdbetekenis is "behorende aan", die ook kan worden uitgelegd als "zoon van".
Het is vooral in deze betekenis dat we hem, gehecht aan voornamen aantreffen. Geleidelijk aan gaat de betekenis "zoon van" over in "afstammeling van", of "behorende tot de familie of het gevolg van", gehecht aan de naam van een aanzienlijk man. Zo ontstonden de namen van konings-huizen, zoals de Carolingi. Ook wel gaf de uitgang "ink/ing" het begrip weer van "woonplaats van" of "gelegen bij", zoals bijvoorbeeld in het geval van "Heyvelding" voor heideveld of "Coverdinck" voor Koevorden.
De naam "Mellink" zou dus kunnen slaan op of een afstammeling van een persoon met de naam van "Mel", of een plaats gelegen bij "Mel".De betekenis van de naam "Mellink" zou derhalve moeten volgen uit de betekenis van de eerste lettergreep "Mel". Wat
is de betekenis hiervan ? Een persoonsnaam is onwaarschijnlijk omdat "Mel" geen Germaanse voornaam is.
Voor nader onderzoek moeten we de streektaal van die tijd raadplegen. De Achterhoek is oorspronkelijk een Saksisch gebied,
de taal in vroeger tijden was het Oud-Saksisch. Uit deze taal is het Middelnederlands ontstaan waarvan een handwoordenboek beschikbaar zijn. Daarin is het woord "mael" te vinden, dat de volgende betekenissen heeft :
- Teken, kenteken zoals bijvoorbeeld een vlek op het lichaam
- Grensteken, doel, mikpunt
De tweede betekenis zou de sleutel kunnen zijn voor de naam "Mellink" vooral als we ons de lokale geografie voor de geest halen. Daar treffen we aan:
- een heuvel, de "Mellingh huvel"
- een watergang die in Noordelijke richting van de heuvel afwatert, de "Mellingh graeff"
- ten Oosten van de heuvel de "Mellingh kamp"
- ten Zuiden van de heuvel twee boerderijen, respektievelijk "henderick op Mellingh" en "Vos Stee offt Middelmellingh"
- het "Mellingh veen" Noordoost van de heuvel
Het zal duidelijk zijn dat de "Mellingh huvel" een strategische positie inneemt in het landschap ter plaatse. Dit wordt nog geaccentueerd door de er langs passerende landstraat, de voortzetting van de "Romeinen diek", die de verbindingsweg van Zelhem naar Aalten vormt.
"Mellingh huvel" moet een oriëntatiepunt geweest zijn in de omringende veengebieden voor zowel de plaatselijke bevolking als rondtrekkende reizigers en marskramers.
Ook bestuurlijk is de "Mellingh huvel" een opvallend punt. Hier bevindt zich namelijk een soort mini "drie-landen-punt" van de drie gemeenten of kerspelen Varsseveld, Zelhem en Lichtenvoorde. De grenzen van deze drie gemeenten hebben hier een gemeenschappelijk snijpunt. Een belangrijk punt omdat de grenzen van deze gemeenten vroeger wel eens ter discussie werden gesteld.
Zeer waarschijnlijk was dit punt gemarkeerd door een grensteken, "mael" in het Oud Saksisch. De toevoeging van "Mellingh" aan de naam van de in de onmiddellijke nabijheid gelegen landschapselementen en boerderijen zou betekenen "gelegen bij mael",
c.q. grensteken.
De naam "Mellink" zou dus niet aan een voorouder of boerderij zijn ontleend maar aan het belangrijke grensteken dat het ontmoetingspunt van drie gemeentegrenzen markeert. Hoewel dit aannemelijk lijkt, is en blijft het een hypothese.
2. De eerste Mellinks in de geschiedenis
In de geschiedenis van ons land komen we de achternaam Mellink pas op een alter tijdstip voor het eerst tegen, en wel aan het einde der Middeleeuwen. In 1481 wordt voor het eerst een Mellink vermeld.
In de zeventiende eeuw zijn een dertigtal Mellinks geregistreerd. Daarna neemt het aantal vermeldingen vanaf 1700 snel toe. In de achttiende, negentiende en twintigste eeuw zijn er per eeuw 200 tot 300 Mellinks gevonden. In totaal werden gegevens
aangetroffen van ca. 1000 Mellinks over de periode van 1600 tot heden.
Van de eerste Mellinks vermelden wij hieronder een aantal waarvan nadere wetenswaardigheden bekend zijn.
1600 Henrick Mellinck, afgevaardigde van de buurtschap Heelweg onder Varsseveld, pachter van het "guedt Mellinck".
Medeondertekenaar van een brief van 15 augustus 1600 van kerkmeesters van de kerk van Varsseveld en de afgevaardigden uit de buurtschappen gericht aan het hof van Gelre. Hierin werd geschreven dat de kerk van Varsseveld het jaar daarvoor vernield is door de Spanjaarden en boven het gewelf is afgebrand Gevraagd werd om toestemming om een som van zes à zeven honderd gulden uit een perceel van de Bielheimer goederen te lichten om zo de kerk tot Gods eer te restaureren
Het merendeel van de afgevaardigden kon niet schrijven zodat enkelen hun handtekening en hun zegel maar hadden geplaatst.
In een gerechtelijke acte van 14 november 1601 wordt Henrick Mellinck vermeld als een van de pachters van het "guedt Mellink". Bron Oud Rechtelijk Archief Wisch.
1653/57 Luijken Mellingh, arme pachter te Westendorp
Pachter van een perceel van het Kerkegoed te Varsseveld gelegen in Westendorp, als volgt beschreven:
"Huis, hoffstede ende garten, gelegen opt Semmeling Velt aen den Bergschen Camp, groot een schepen saet, 1654
oktober 13".
In het kerkeboek is hierbij nog opgetekend:
Luijken heeft vanwege zijn ouderdom en armoede geen voorwinning en onraat betaald. Maar in 1656 wordt vermeld dat Luijken Mellick de pacht had betaald. Dus heeft hij later kennelijk aan zijn verplichtingen als pachter kunnen voldoen. Na 1660 wordt
Luijken Mellinck niet meer als pachter genoemd.
N.B. in de verpondskohieren 1640-1650 wordt in het buurtschap Westendorp "Luijken Mellinck sijn huis" vermeld, een
"huisplaetse en hof" 2 spint, eigenaar Kerck te Varsevelt. Klaarblijkelijk betreft dit dezelfde woning.
1654/61 Coena Mellingh, pachter op de Heelweg
Pachter van het kerkegoed op de Heelweg van 1651 tot 1661 dat als volgt wordt beschreven "Een hoff met inslach langs het velt gelegen bij de Ide Mellings goedt waer van den bijliggenten hoff recht diergescheiden met het overblijsel van een haselheggen gelijck het indeest naast het huys pertinentelijcken blijcket, heeft den 13 8br. 1654 ses jaer lang gepacht Coene op Idenstede
van welcken dat eerste is verschenen op S. Marten des jaers 1655.
1627/57 Henderijck Mellink, vermogend man te Varsseveld verstrekte verschillende leningen aan de kerk te Varsseveld, onder meer van 1649 tot 1657 een geldsom van 200 daalders tegen 5% rente. Betaalde in 1656 aan de kerk van Varsseveld f. 500,-- pacht voor een van de Kerckegoederen in "Sijnderen". Was tot 1654 pachter van de "Kerckemaete" op de Heelweg, een pacht
die in 1654 overging op Tonnis Melling, vermoedelijk zijn zoon. Zie hieronder.
1654/84 Tonnis Melling, rijke pachter op de Heelweg. Op 1-8-1662 benoemd tot ouderling in de Varsseveld onder de naam "Thonij Melling".
Pachter van het kerkengoed: "Die Kerckenmaete groot omtrent tien dagen te majen heeft TonnisMelling en Henderick Bosboom den 13 8br. 1654 gepacht voor 6 jaeren van welcken dat eerste sal verschenen wesen op Martini 1655 ende hebben pachters belofft alle jaer daarvan te betalen". Deze pachtovereenkomst werd telkens weer verlengd, de laatste keer in 1672.
Tonnis moet kapitaalkrachtig geweest zijn want hij leende geld aan de kerk. Waarschijnlijk is de lening van Henderijck Mellink, zie hiervoor, door hem voortgezet vanaf 1658 tot 1684. Vermoedelijk een overdracht van pacht en lening van vader op zoon. Deze lening werd door de kerk afgelost in 1685.
Merkwaardigerwijs wordt vanaf 1660 de voornaam Kortet in plaats van Tonnis gebruikt bij de administratie van de betalingen van de rente door de kerk. Terwijl voor de betaling van de pacht aan de kerk consequent de voornaam Tonnis of Tunnis wordt
vermeld. Wat dat betekent laat zich raden, een alias of bijnaam? Of een andere Mellink?
1691/1716 Frerick Mellink alias Kuenen, pachter op de Heelweg
In de periode 1691-1701 pachter van hetzelfde kerkengoed dat Coena Melling eerder pachtte. In deze periode van 25 jaren werd 22 maal als pachter Frerick Mellinck genoemd en in vijf gevallen, te weten in 1699, 1701, 1703, 1711 en 1713 werd Frerick
Kuenen vermeld.
Vanaf 1716 gaat de pacht over op Wessel Kuenen, in 1765 opgevolgd door Evert Kuenen.
Dezelfde Frerick Kuenen wordt tevens in 1697, 1698, 1699, en 1701 met Evert Hesselinck genoemd als mede pachters van de kerkemaete, het goed dat eerder door Tonnis Melling werd gepacht.
Opmerking: vermoedelijke is hier de achternaam "Mellink"verloren gegaan bij een van de familietakken. Eventuele nazaten van Frerick Mellinck zouden vanaf 1716 de achternaam "Kuenen"aangenomen kunnen hebben.
Verder vonden we in het kerkeboek nog enkele interessante notities waaruit bleek dat de volgende personen indertijd leefden:
1668/1702 Jan Mellink, smid, provisor (een soort armbestuurder), diaken en zoon van Willem Mellink
1714/1730 Lubbert Mellink, smid
2.2 Genealogische hypothesen
Als stamvader van de Mellinks in Varsseveld kan worden beschouwd Henrick Mellink, de afgevaardigde van de buurtschap Heelweg die rond 1600 leefde.
De groep Mellinks die rond 1650 op de Heelweg leefde kunnen kleinzonen van Henrick zijn. Dit zijn:
- Coena Mellingh, pachtboer
- Henderijck Mellink, vermogend man
- Tonnis Melling, rijke pachter
- Willem Mellink, de vader van de smid Jan
- Jan Mellink, smid, zoon van Willem
Luijken Melling, de arme pachtboer uit Westendorp, behoort wellicht tot een andere tak.
Verder mag met enige grond de smid Lubbert Mellink als zoon van Jan Mellink worden beschouwd. Immers in die tijd ging het beroep van vader op zoon over. Lubbert is dan een achterkleinzoon van Henrick, de afgevaardigde. Frerick Mellink alias
Kuenen zou ook een achterkleinzoon van deze Henrick kunnen zijn. Het is evenwel niet duidelijk wie zijn vader zou kunnen zijn.
Bovenstaande hypothesen zullen worden gebruikt om nadere gegevens over geboorten, huwelijken, overlijden en kerklidmaatschappen te ordenen in een zo volledig mogelijk stamboom.
3. Genealogieën van de verschillende takken
In de doop-, trouw-, begrafenis- en leden-registers en de Burgerlijk Stand is nader informatie over het geslacht Mellink bijeen gezocht. Het bleek dat verschillende takken van dit geslacht moeten worden onderscheiden.
Een familieverband tussen deze takken lijkt waarschijnlijk maar volgt niet uit de gevonden gegevens.
Hieronder volgt een korte omschrijving van elke tak, met als titel de naam van de stamoudste en zijn geboortejaar.
Willem Mellink 'van Varssevelt' ca. 1625
Dit is Willem uit het kerkeboek, de vader van Jan de smid. Willem had een tweede zoon, Henrick, die het militaire beroep had gekozen. Lubbert de zoon van Jan, bleek een vermogend man te zijn. In zijn nageslacht treffen we personen van formaat aan,
zoals twee kerkmeesters, een belastingpachter, een rentmeester, een hotelhouder/koopman, een volksvertegenwoordiger/provinciaal secretaris.
Van deze tak zijn zes generaties bekend nakomelingen met geboortedata tot ca. 1800.
Derk Mellink ca. 1600
Van deze tak is weinig bekend, slechts 3 generaties met geboortedata tot 1733.
Arent Mellink ca. 1670
De stamvader Arent, van origine afkomstig uit Varsseveld, vestigde zich in 1695 te Zutphen na te zijn afgezwaaid uit het Staatse leger. Zijn uitgebreide nageslacht vestigde zich voornamelijk buiten de provincie Gelderland. Amsterdam, Amersfoort zijn enkele zwaartepunten. Veel gegevens zijn van deze tak bekend, elf generaties met geboortedata tot op heden.
In de eerste generaties komen militairen voor, bij latere generaties een veelheid van burgerberoepen.
Tonij Mellink ca. 1670
Een tak waarvan in Nederland weinig bekend is, slechts drie generaties met geboortedata tot 1770. Maar wel een subtak die zich in Duitsland vestigde waarvan nakomelingen tot en met 2001 bekend zijn. Twee nazaten daarvan keerden terug en vestigden zich weer in Nederland.
Jan Mellink van Varssevelt ca. 1680
Van de stamoudste is weinig bekend, allen zijn naam. Zijn zoon Willem vestigde zich na zijn huwelijk in 1739 in Eibergen. Hij
zorgde voor een uitgebreid nageslacht. Hiervan zijn vele gegevens bekend, tien generaties met geboortedata tot op heden.
Deze tak vertoont een duidelijke structuur met vier grote sub-takken:
- De "Dieke"-tak genoemd naar de grote oude boerderij met deze naam in Rekken. Hier woonden nog tot 1989 nazaten van deze Mellink-subtak. Van hen die niet voor de landbouw kozen in Rekken bleven, valt op dat relatief veel het tot hoogleraar brachten, zowel in alpha als in bèta-wetenschappen.
- De "Middelhuus"-tak genoemd naar een andere historische boerderij in Rekken. De meeste nakomelingen van deze
subtak bleven in Rekken\Eibergen en in de landbouw.
In deze tak kwamen twee Mellink-Mellink huwelijken voor. Trouwens er was ook een Mellink-Mellink huwelijk tussen de "Dieke"- en de "Middelhuus"-tak.
Dat vele Mellinks in een klein betrekkelijk geïsoleerd dorp woonden, heeft hier ongetwijfeld een rol gespeeld. - De tak van Dirk, die zich in Rekken vestigde na een verblijf in Haaksbergen. Zijn nageslacht vestigde zich in Eibergen.
Een familielid emigreerde naar de Verenigde Staten waar nu nog familie van deze tak woont. - De "Haagse" -tak, met de minst honkvaste familieleden. Velen trokken naar onze voormalige koloniën in de Oost en de
West. Het beroep was vaak rijks- of gouvernementsambtenaar maar ook kunstschilder en kapitein op de grote vaart.
Alef\Adolf Mellink op de Vos ca 1710
Een tak die lange tijd sterk verknocht was aan de boerderij de Vos op de Heelweg. Zes generaties bekend met geboortedata
tot ca. op heden.
Lubbert Mellink op Geurink te Sinderen ca. 1700
Een tak die uitwaaierde naar verschillende plaatsen: Zelhem, Ellecom, Doetinchem en Ede.
Negen generaties bekend met geboortedata tot op heden.
Wessel Mellink op de Morre te Sinderen ca. 1710
Een kleine tak van vijf generaties met geboortedata tot ca. 1820
Evert Mellink op de Heelweg ca. 1720
Een tak van vier generaties met geboortedata tot ca. 1810.
Herman MELLINCK alias Harmen op Vossers
Een tak van drie generaties met geboortedata tot ca. 1820.
Willem Mellink ca.1735.
Een tak van Varsseveldse oorsprong die zich in Silvolde vestigde en daarna weer naar Lichtenvoorde vertrok. Dit is de enige
tak die het Rooms Katholieke geloof aannam. Acht generaties tot op heden.
3.2 Genealogische hypothesen
Met enige fantasie kunnen we de twee grootste takken die van Jan Mellink van Varssevelt, ca. 1670, en die van Arent van Varssevelt, ca. 1670, koppelen aan de tak van Willem Mellink van Varssevelt, ca. 1625.
En wel door Jan, ca. 1670 als kind te beschouwen van de Jan, ca. 1645 van de voorgaande generatie, de zoon van Willem ca. 1625, met als argumenten de toevoeging "van Varssevelt" aan de achternaam en de naamgeving met de familienaam. Wat
betreft de leeftijden zou dit kunnen kloppen.
Verder Arent, ca. 1670, als kind van Henrik, ca. 1650 de zoon van Willem, ca. 1625, met als argumenten het beroep, beiden militair, en de naamgeving van Arent's zonen: Willem en Henrijk.
Op deze wijze komen wij tot een grote stamboom waarin ruim 80% van alle bekende Mellinks is onder te brengen. Merkwaardigerwijze omvat deze uitsluitend "geëmigreerde" takken. Namelijk de twee takken die in origine uit Varsseveld stammen, maar waarvan de nazaten reeds vroeg, omstreeks 1700-1730, zich vestigden in respectievelijk Eibergen, Zutphen en Vorden.
De echte autotochtone Varsseveldse takken, te weten die van Derk en Tonij uit 1660/1670 en die van Alef/Adolf op de Vos,
Lubbert op Geurink, Wessel op Morre, Evert op de Heelweg uit 1710/1720 en Willem uit 1735, zijn daarmede (nog?) niet verband te brengen.
Opmerking: de takken van respectievelijk Derk, Evert op Heelweg, en Wessel op Morre en Harmen Vossers zijn vermoedelijk uitgestorven na circa 1800.
3.3 Nabeschouwing
De opgestelde genealogieën zijn uiteraard nog niet compleet. De grote stamboom heeft nog een aan tal "open" takken, waar de voortzetting ontbreekt. Sommige 'losse' Varsseveldse takken missen in de voortzetting na
ca. 1800 als wij tenminste aannemen dat deze takken niet zijn uitgestorven.
In de beginperiode van 1600 tot 1720 ontbreken de aansluitingen tussen de verschillende takken.
De beschikbare bronnen, zoals de doop-, trouw- en begrafenisregisters en de Oud Rechterlijke Archieven zijn vrijwel geheel doorzocht. Zodat we onze hoop voor nieuwe informatie moeten vestigen op een toevalstreffer, zoals een plotseling opduikend testament, acte, brief of familiebijbel met aantekeningen.
4. Wordinggeschiedenis van deze publicatie
Bijgaande genealogie is ontstaan uit een compilatie van verschillende genealogieën, die door de volgende familieleden
gedurende bezettingstijd 1940-45 werden opgesteld:
Mevrouw A.M. Mellink-van Niftrik 1897-1988
Mejuffrouw H. van der Vliet 1914-1993
Prof. J.H. Mellink 1918-1987
De heer W.A. van Bijlert 1900
De gegevens uit deze drie bronnen vertoonden grote overeenkomst, verschillen waren van ondergeschikte aard.
Gezien de vele geconstateerde overeenkomsten en de positieve uitkomst van enkele verificaties werd als werkhypothese aangenomen dat de gecompliceerde genealogie vrij betrouwbaar was. Voldoende om te dienen als basis voor verder onderzoek en uitwerking. Bij latere uitgebreide controle met brongegevens werd de hypothese bevestigd.
Gedurende de tachtiger jaren had de heer Ir J.T. Mellink, geboren 1961, een zeer groot aantal gegevens verzameld uit
verschillende archieven. Hij volgde hierbij het voetspoor van zijn inspirator, wijlen prof. Dr A.F. Mellink, geboren 1916, overleden 1987. Omstreeks 1994 kreeg de auteur dezes, Ir. A.L. Mellink, geboren 1926, beschikking over de door hen verzamelde
gegevens. De genealogie kon hiermede aanzienlijk worden uitgebreid. Dit werd sindsdien voortgezet door verder onderzoek in verschillende archieven in den lande.
In september 1995 kon de genealogie worden verbeterd dankzij de medewerking van de heer W.J. Willemze uit Bunschoten
die zijn gegevens ter beschikking stelde. Met behulp hiervan kon een van de takken worden uitgebouwd en wel die met als stamvader Arent "uit Varssevelt', degene die zich in 1695 in Zutphen vestigde na beëindiging van zijn dienstverband in het
Staatse Leger.
In september 1997 is een schrijven uitgegaan naar alle Mellink's vermeld in het telefoonboek. Hierop zijn een dertigtal
antwoorden binnengekomen met gegevens. Dit bestond in hoofdzaak uit data betreffende de naaste familieleden. In een aantal gevallen aangevuld met gegevens uit eigen genealogische naspeuringen.
Met behulp hiervan is de genealogie aangevuld en geactualiseerd.
5. Bronnen
- brief d.d.15 augustus 1600 van de kerkmeesters van de kerk van Varsseveld en afgevaardigden van buurtschappen
gericht aan het Hof van Gelre - Kerkeboek van Varsseveld, gemeente-archief Varsseveld
- Doop-, Trouw-, Begraaf- en Lidmaten-registers van de gemeenten in Gelderland en enkele andere gemeenten daarbuiten benevens Burgerlijke Stand Eibergen, Rijksarchief in Gelderland e.a.
- register op de leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen, kwartier van Zutphen, 1917, blz. 449
- kaart Halse Mark van Nicolaes van Geelkerck, 1643, Rijksarchief in Gelderland, collectie Rekenkamer, inv. nr. 1159
- kaart van J. Blaeu, 1662, Zutphania Comitatus, sive Ductatus Gelriae Tetrachiae Zutphaniensis, bibliotheek Arnhem of Stedelijk Museum Zutphen
- Van Schilfgaarde :.a.w.(Arch. Huis Bergh, Regesten v. oork. 1e stuk) : regest nr. 76 Tevens : Gelre, Bijdrage en Mededelingen, deel LVIII(1959), p. 31, alwaar een kort uittreksel wordt gegeven
6. Nadere bevindingen omtrent de eerste "Mellink's"
De gevonden genealogische gegevens zijn voornamelijk gebaseerd op bewaard gebleven doop-, trouw-, begraaf-registers
uit de voor-Napoleontische periode en de latere registers van de Burgerlijke Stand. Vele van de oudste registers gingen verloren door krijgshandelingen en of door branden ten gevolge van blikseminslag of onvoorzichtigheid. Wat Varsseveld betreft, in 1600 hadden de Spanjaarden de kerk in brand gestoken. Voorts ontstond vele jaren later in 1723 door vonken uit een
smidsvuur een grote brand waardoor vele woningen in het dorp en ook de kerk in de as werd gelegd. Genealogische gegevens uit de periode
van 1650 en vroeger over geboorten, huwelijken en overlijden te Varsseveld zijn dan ook zeer schaars of onvindbaar. Daarom is getracht onder gebruikmaking van andere bronnen dan de gebruikelijke de vroegste geschiedenis van de geslachten "Mellink"
te reconstrueren. In het volgende wordt een samenvatting gegeven van de tot nu toe bereikte resultaten. Hiermede wordt een aanvulling gegeven op de wederwaardigheden van enkele allereerste "Mellink’s" uit de geschiedenis. Daarbij is zelfs een
Willem Mellynck gevonden, een pachtboer op de "Hellwech" die in 1571 leefde en vermoedelijk omstreeks 1525 geboren is.
Hij kan als de stamvader van de familie worden beschouwd.
6.2 Belastingheffing 1571 te Varsseveld
Op 10 september 1571 krijgt Peter van Appeltorn, Raad in het Hof van Gelre, de opdracht om de uitzetting een de inning van de vier- en tweejarige schattingen in het "ampt van Verssevelt" te organiseren. Hiertoe werd hij voor het Graafschap Zutphen tot Commissaris benoemd. De opdracht geschiedde na
overleg tussen "hogerhand" met de Staten van Gelderland(steden, adel, geestelijkheid). De landsheer Philips II werd in Gelderland vertegenwoordigd door een stadhouder , aangesteld door de landvoogd Alva !
Peter van Appeltorn reist op 14 september van Arnhem naar de heerlijkheid Wisch en installeert zich in het huis van de drost. Hij roept de richter van Verssevelt op om te verschijnen en de burgers mee te brengen, die meestal bij de schattingen behulpzaam
zijn. De richter verschijnt op 16 september en brengt de kerkmeester mee. Er wordt besproken hoe een en ander met enkele met name genoemde medewerkers zal worden geklaard. Het karwei heeft hen tot 12 oktober bezig gehouden.
Een lijst werd opgesteld van de "lueden" die aangeslagen werden op hun totale vermogen, p.m. niet op de grond, de meesten waren toch pachtboeren. De lijst werd aan de kerkdeur gehangen en door de pastoor van de kansel bekend gemaakt. De zetters gingen op de aangekondigde dag rond om vanuit toezicht vanuit een centraal gegen huis het geld te innen.
Op zgn. "settcedulen" werd de financiële administratie bijgehouden. In de linker kolom de aanslag vanuit de Hof-administratie,
in de rechter kolom het bedrag dat de aangeslagene betaalde.
De "boulueden" zitten in de klasse van 4 tot 5 daler, terwijl de "kavestede" (keuterboeren) daar beduidend onder liggen. Op de "settcedulen" treffen we de volgende voor ons interessante vermeldingen aan :
- Die borssneph genant denn Hellwech inn Wessevelt, bowlude,pechter : Henrick Mellynck en Willem Mellynck.
- Dye Kavestede di borssneph Hellwech : Derryck Mellynck
N.B. "borssneph" = buurschap
Konklusie : Op de Heelweg leefden in 1571 drie "Mellink’s", een keuterboer en twee meer kapitaalkrachtige pachtboeren. De voornamen "Henrick", "Willem" en "Derryck" komen wij bij latere familieleden weer tegen. Nu zegt dat niet veel. Het arsenaal aan voornamen was in die tijd beperkt en deze voornamen kwamen in alle families voor. Over de eventuele familierelatie tussen deze drie heren kan men slechts gissen.
Bron : "settcedulen" van restanten van de voorgaande vier- en twee-jarige schattingen in het ampt van Varssevelt, anno 1571, verbaal van Peter van Appeltorn, Raad in het hof van Gelre(Arnhem). Transcriptie opgesteld door Johan Wessel Breukelaar.
6.3. De brandschatting of "Dinghtaell" in 1584 te Varsseveld
Na 1580, na het ondertekenen van de Unie van Utrecht heeft het gewest Gelderland - het aloude hertogdom - zich geschaard
achter "de Opstand" en infiltreerden de Staatsen het gebied achter de IJssel. Dat betekende het einde van een periode van betrekkelijke rust en vrede. Het toneel ging er geheel anders uitzien.
Langs de heirbanen en op de rivieren, door de bossen en tussen de venen door verplaatsten zich de kleinschalige legerformaties, soms met achter de vendels aan een nasleep van zoetelaarsters, vrouwen en kinderen - een bont geheel! De steden in de Graafschap werden opgezadeld met gaande en komende garnizoenen, niet zelden overliepen deze elkaar. Ook de dorpen moesten zich de wisselende bezettingen door ruitervolk laten welgevallen, die vaak hun kwartier maakten in de kerkgebouwen.
De buurtschappen waren goed voor het aanleveren van hooi en stro, ook kwam men niet vrij van het leveren van hand- en spandiensten. En ver weg in het Westen de Hoogmogende Heren die dit alles in de hand trachtten te houden maar desondanks werd het er bijkans een onvoorstelbare wanorde - dit was Oorlog en ..... oorlog moet betaald worden - vooral de boeren hebben
het geweten!
Dorpen en buurtschappen droegen aanzienlijk bij in de kosten van het oorlogsbedrijf en dat ging als volgt in zijn werk. De garnizoenen die vanuit de steden door hun aanwezigheid de omringende regio een zekere bescherming boden, legden de bewoners hiervoor een "brandschatting" op. Voor die betrekkelijke veiligheid moesten van tevoren vastgestelde bedragen ter
hand worden gesteld van de Ontvangers of Commandanten van het naastbij gelegen garnizoen. Het gebied heette dan "in Contributie" te zijn.
Dat een en ander behoorlijk uit de hand kon lopen bleek maar al te waar te zijn. In 1584 hebben de Staatse ruiters in het dorp Varsseveld schade aangericht ondanks
de betaalde schatting. Voor de dorpers dreigde levensgevaar, waardoor de meesten in augustus het dorp verlaten hebben. De dorpers hebben uit lijfsbehoud een goed heenkomen gezocht inde venen en moerassen noordoostelijk van het dorp : zij kennen er de weg .....achter hen wordt het dorp geplunderd ! Aan deze ellende schijnt ondanks protesten geen einde te komen. In 1587 stelen de ruiters nog steeds paarden, vee en andere beesten. Voorts worden mensen mishandeld. Het is dan zo erg dat gemeld wordt dat op drie gezinnen na allen het dorp ontvlucht zijn. Tenslotte werden de drie klokken uit de kerktoren geroofd.
De inzameling verliep op de wijze waarop sinds onheuglijke tijden de schattingen werden ingezameld die door hertog of keizer werden opgelegd. De aanslag die of aangeplakt of per "kerckenspraeck" aangekondigd werd, de "zetters" die rondgingen om
de gelden te innen en de "beurders" die onder toezicht in een huis in het dorp de gelden in ontvangst namen.
Varsseveld en omgeving is in de jaren 1584 tot 1589 "in Contributie" geweest bij de Staatsen. Een verantwoording van wat er
aan geld omging en van de activiteiten die hiermee gemoeid waren, is bewaard gebleven. Daaruit blijkt dat de totale ontvangst
die in de loop van het jaar 1584 is binnengekomen 384 daler 17 1/2 stuiver bedroeg. Daarvan werd door Westendorp,
Varsseveld en Heelewegh respectievelijk bijgedragen 168-9 1/2, 15-20 1/2 en 110-17 1/4. Onder de namen van de
contribuanten treffen we aan:
Heelewech: Henrich Mellinck en Derick Mellinck.
Voorts wordt vermeld dat in 1584 en in 1585 in Bredevoort drie man uit Varsseveld als gegijzelden gevangen zaten. Daaronder : Mellinck. N.B. Op dat moment was Bredevoort in Spaanse handen! Dat tekent de turbulente situatie in die tijden, die nader is beschreven aan het einde van deze paragraaf. Konklusie : Ongetwijfeld zijn dit dezelfde Henrich Mellinck en Derick Mellinck
die ook al in 1571 werden vermeld. Zie paragraaf 2. Het is niet duidelijk wie de in Bredevoort gegijzelde Mellinck was, Henrich
of Derick. De Willem die in 1571 nog wordt genoemd, komt hier in 1584 niet meer voor. Vermoedelijk was hij ouder dan Henrich
en Derick en in 1584 reeds overleden. Derick evenals Henrich behoort tot de groep contribuanten van de schatting. Zou dit
kunnen betekenen dat hij een zekere welstand heeft bereikt, voldoende om in aanmerking te komen voor een aanslag? Dan
zou hij geen keuterboer meer zijn. Misschien heeft hij geërfd door het overlijden van Willem, hetgeen een familieband
verondersteld. Dat achten wij denkbaar.
Bron : "Het Brockeler en de wereld van de Breukelaars 1248-1993", een genealogisch onderzoek naar een Varssevelds
geslacht door Johan Wessel Breukelaar. Ook : Contactorgaan A.D.W., april 1992 blz. 36 e.v.
Naschrift : Ter nadere illustratie van de woelige aard van dit tijdvak geven wij het volgende citaat (in verkorte vorm): De jaren
1580-1590 waren voor Gelderland ongetwijfeld de meest rampspoedige van de gehele oorlog, ja de toestand was toen
nagenoeg hopeloos. Men had te maken met de vijand van buiten, de Spanjaard, maar ook dreigde gevaar van binnen. Namelijk
van de stadhouder Willem van den Berg, de opvolger van Johan van Nassau, die plannen had om Gelderland aan Parma te verraden. Deze opzet werd in 1583 nog juist bijtijds ontdekt en verijdeld. De kroniek van die jaren spreekt voor zichzelf :
Bredevoort, op de vijand veroverd in oktober 1597. Doesburg, in 1585 door de Spanjaarden genomen, heroverd in 1586. Doetinchem, in juli 1579 door de vijand genomen, in hetzelfde jaar heroverd, in 1598 weer in handen des vijands, maar in 1600 hernomen. Groenlo, in 1581 door de vijand genomen, in september 1597 heroverd. Zutphen, in 1583 door de vijand verrast in
1591 hernomen.
Staatse, Spaanse, Berghse en Munsterse soldaten maakten het platteland onveilig. De arme inwoners van het platteland werden het slachtoffer - hun woningen en dorpen geplunderd en afgebrand - door vriend en vijand beroofd en uitgezogen. Op de vlucht geslagen en met gezinnen en vee de wijk genomen in de moerassen, waar zij een ellendig bestaan leidden en nagenoeg van honger omkwamen. Einde citaat.
Tegen dit decor speelden eerder genoemde gebeurtenissen zich af. Bron : Med. Gelre 28 (1925) p. 85
6.4. "Kerkstrijd" te Varsseveld in 1592
Op Pinkstermaandag in het jaar 1592 had er in het kerspel Varsseveld een uitbarsting plaats over de predikant die zonder plichtplegingen het dorp vaarwel wil zeggen omdat er in de kerk weerstand is gerezen tegen hem als predikant. Dit laatste was
in die dagen te verwachten gezien de hervorming van het geloof, en de vervanging van priesters door predikanten. Ook het
omgaan met de inkomsten van de kerk was vaak een twistpunt.
Het voorval begon voor het huis van de voogd. Daar heeft de predikant de toestemming van de voogd verzocht, duidelijk
hoorbaar voor een ieder, om uit het dorp te kunnen vertrekken en hem daarbij weg te helpen. Daarop begint een omstander de predikant te bekritiseren en vervolgens te bedreigen meteen wapen. De predikant liet zich ook niet onbetuigd en diende van repliek.
Maar tot een gevecht kwam het niet. Verschillende omstanders, zowel voor als tegen de predikant mengden zich
in de twist. Uiteindelijk beëindigden een aantal jongeren de twist door de kritikaster met geweld te verjagen en op de vlucht
met stenen te bekogelen.
Een van de deelnemers aan het twistgesprek was Henrick Mellinck, overigens als verdediger van de predikant. In het protocol
dat van deze gebeurtenis werd opgesteld, is een ooggetuigenverslag van Henrick opgenomen. Daarin verklaart hij
Henrick Mellinck te heten, 45 jaar oud te zijn, in Varsseveld te zijn geboren en er altijd gewoond te hebben.
Konklusie : Henrick Mellink is in 1547 geboren. Hij moet dezelfde Henrick zijn die wij al eerder tegenkwamen in de
paragrafen 2.1 als afgevaardigde van de buurschap Heelweg, een vermogend man die geld aan de kerk leende. Ook is het
zeer waarschijnlijk dat hij dezelfde persoon is als Henrick Mellynck uit pargraaf 6.2 en Henrich Mellinck uit pargraaf 6.3
Bron : "Het Brockeler" enz. (zie bron bij paragraaf 6.3), blz. 393 e.v. Ook : Contactorgaan A.D.W. , augustus 1991, blz. 10.
6.5. Brief uit Varsseveld aan het hof van Gelre gedateerd 15 augustus 1600
In deze brief wordt gemeld dat het jaar daarvoor de kerk van Varsseveld door de Spanjaarden vernield werd. Toestemming wordt gevraagd om de restauratie creatief te financieren met behulp van de Bielheimer goederen en dat later weer terug te betalen. Ondertekenaars van de brief waren de kerkmeesters van Varsseveld en de afgevaardigden van de buurtschappen.
Voor de buurschap Heelweg was een van de ondertekenaars : Henrick Mellinck. Konklusie : Wij komen hier de Henrick van paragrafen 2.1 en 6.2 t/m 6.4 weer tegen. Bronnen : - Archief Huis Keppel, nr. 47. Extracten uit het commissieboek van het Hof
van Gelre ( 1588 - 1601 ). Zie ook Contactorgaan A.D.W. april 1988, p. 43. - "Die goeie ouwe tijd .....? in Wisch" van L.E. Bruil Traanboer en J.W. Traanboer-Veldhuis, p. 73/74.
6.6. Een proces in 1601 over het "Guedt Mellinck"
In dat jaar werd door Johan then Broeck een proces gevoerd met betrekking tot het "guedt Mellinck". In een procesacte van 14 november 1601 wordt Henrick Mellinck genoemd als bewoner/pachter van dit goed.
Konklusie : Dezelfde Henrick als bij paragrafen 2.1 en 6.2 t/m 6.5 Bron : Oud Rechterlijk Archief Wisch, civiele procedures, Rijksarchief Gelderland, inventaris nr. 0209 -243.
6.7. Proces over het plaggen op de leengoederen Mellinck, Vos, Schilderinck in 1614
In marti 1614 werd een proces gevoerd betreffende het plaggen "tot de erven Mellinck Hofes" in het kerspel Varssevelt,
heerlijkheid Wisch, tussen Jonker Steven Hartevelt en Hendrick Bosboom. Als getuigen werden gehoord : Henrick Mellinck op Mellinck en Johan Voss op Vos.
Konklusie : Dezelfde Henrick als bij paragrafen 2.1 en 6.2 t/m 6.6, aannemende dat Henrick de eerbiedwaardige leeftijd van
72 jaar kon bereiken. Bron : Civiele processen, Hof van Gelre nr. 13, Rijksarchief Arnhem 0124.15, inventaris nr. 5056.
6.8. Tussenbalans
Tot dusver zijn drie nieuwe "Mellink’s" gevonden en wel :
- Willem Mellinck, die vermoedelijk van ca. 1515 - ca. 1575 leefde.
- Henrick Mellink, die van 1547 - ca. 1615 leefde en misschien de zoon van Willem zou kunnen zijn.
- Derrick Mellinck, genoemd in 1571 en 1584 een leeftijdgenoot van Henrick en misschien wel zijn broer.
Dit drietal sluit qua generatie niet aan op de eerste generatie die we aantreffen bij de "Mellink-genealogie". Deze genealogie begint met Willem Mellink "van Varssevelt", geboren ca. 1625. Er is dus nog een kloof van twee generaties, namelijk die van
ca. 1570 en van ca. 1600.
6.9. Het Rookhoen te Varsseveld in 1656
Het verslag van het incident van het rookhoen, dat in de jaren 1656/57 plaatsvond, is interessant omdat het een lijst van bewoners geeft die om en nabij de kerk woonden. In het boek der Verpondingen (Gemeente Archief Varsseveld) vinden we in 1658 het
dorp beschreven met 52 huiskes en nog 3 hutten. In het bovengenoemde verslag uit 1656 worden 57 huizenbezitters genoemd, waaronder Willem Mellingh.
Konklusie : Dit moet de stamvader van de genealogie zijn, aldaar te vinden onder I. Willem Mellink "van Varssevelt", geb.
ca. 1625.
Bron : "Het Brockeler en de wereld van de Breukelaars 1248 - 1993", een genealogisch onderzoek naar een Varssevelds
geslacht, door Johan Wessel Breukelaar, blz. 410 e.v.
6.10. Afrekening van de ontvangers der generale middelen te Varsseveld 1689-1714
De inning van deze belasting verschaft ons nadere bijzonderheden over verschillende leden van de familie "Mellink", wonende
in het dorp, in de buurschap Heelweg en in Sinderen. De administratie van de betaalde belasting geeft een indruk van de
relatieve rijkdom der burgers. Onder hen treffen we verschillende familieleden aan.
6.10.1 Dorp
Hier worden vermeld :
- Willem Mellinck, die in 1689 een bedrag betaalde van 8-15-0. In latere jaren wordt hij niet meer genoemd. Zodat wij aannemen dat hij omstreeks 1690 overleden is. Dit moet de stamvader van de Genealogie zijn, zie geslacht I op blz. 26.
- Jan Mellinck, die van 1689 tot en met 1714 belasting betaalde en wel bedragen die varieerden van 8-0 tot 12-10. Dit is
de smid , zoon van de hierboven genoemde stamvader "Willem". In de Genealogie te vinden onder geslacht IIa, blz. 26. - Jan Mellinck op den es, betaalde van 1697 tot en met 1711 bedragen van 3-6 tot 12-0. Dit zal waarschijnlijk de eerste
zoon van Jan de smid zijn, in de Genealogie IIa1, blz. 26. - Lubbert Mellinck, betaalde van 1712 tot en met 1732 bedragen van 2-12 tot 11-161/2. Dit is de tweede zoon van
Jan de smid, in de Genealogie geslacht IIa2, blz. 26 en 59. - Derck Mellinck, betaalde van 1689 tot en met 1714 bedragen van 2-0 tot 4-0. Dit is waarschijnlijk de stamvader
van tak 9.1. Zie de Genealogie, blz. 98, geslacht I.
6.10.2 Heelwegh
Antonij Mellinck, betaalde van 1711 tot en met 1725 bedragen van 1-1 tot 3-6. Dit is waarschijnlijk de Tonij Mellink de stamvader van tak 9.2.
Hinderick Mellinck, betaalde van 1689 tot en met 1732 bedragen van 1-16 tot 12-10. Naam ook geschreven als Henderich. Een onbekende, vermoedelijk ca. 1660 geboren. Van hem zijn geen voorouders noch nakomelingen bekend.
Garret Mellinck, betaalde van 1697 tot en met 1727 bedragen van 14-0 tot 21-10. Nog een onbekende, vermoedelijk ca. 1670 geboren. Ook van hem zijn geen nadere verwanten bekend.
6.10.3 Zinderen
Lubbert op Geurinck off Ontije, betaalde bedragen van 9-0-0 tot 9-15-0 van 1722 tot en met 1732. Dit is de stamvader van
tak 9.7, zie de Genealogie blz. 223, geslacht I. Bron : Gemeente-archief Varsseveld, inv.nr. 1789 : Rekeningen ontvangers
generale middelen.
6.11. Lijst restanten verponding Varsseveld 1721, 1722
Henrik Meling 12-11
Garret Mellink
Antoonij Mellink
Hier komen we weer dezelfde personen tegen als onder 7.10.2.
Bron : Oud Archief Wisch Nr. 1783 - Lijst Restanten Verponding Varsseveld.
6.12 Archief Nederlands Hervormde Gemeente te Varsseveld
Herman Mellingh wordt genoemd in de notulen van de Kerkeraad van Varseeveld inzake een huwelijksgeschil met een ex-verloofde. Bron: notulen Kerkeraad 6-11-1946. Een nog niet eerder genoemd persoon
6.13 De kerkregisters van 's-Gravenhage uit de 18e eeuw
Tot dusver betroffen de bevindingen Varsseveld en de onmiddellijke omgeving. Het was een verrassing om in de Haagse Kerkregisters ook vermeldingen uit de achttiende eeuw te vinden van huwelijken, geboortes en overlijden van enkele nog niet eerder bekende "MELLINK's".
Dit betreft:
- Twee onbekenden:
Willem Mellingh, jongeman van Varsseveld, huwde voor de 1e maal in 1699, overleed in 1735, ergo ca. 1665 geboren. Twee kinderen uit het eerste huwelijk.
Hendrik Melling, huwde in 1721, ergo ca. 1695 geboren. Drie kinderen uit dit huwelijk.
Voor nadere bijzonderheden zie tak 10, "Losse takken en personen in 's-Gravenhage. - Drie bekenden
Willem Mellink, gehuwd, een kind in 1799, ergo 1775 geboren. Vermoedelijk kleinzoon van Lubbert op Geurink te
Sinderen, zie tak 9.7 ad IIIa¹.
Anthoni Mellinck, jongeman van Varsseveld, huwde in 1709. Waarschijnlijk is dit Tonij Mellink, de stamvader van de
tak 8.2, zie aldaar.
Lammert Mellink, jongeman van Varsseveld, huwde in 1789. Ongetwijfeld een kleizoon van Lubbert op Geurink te
Sinderen, zie tak 8.7. ad IIIb.
Voorts nog enkele korte vermeldingen van vier onbekende dames, die in de periode van 1732 tot 1804, huwden en/of begraven werden in 's-Gravenhage. Voor een nadere omschrijving zie tak 10, "Losse takken en personen in "s-Gravenhage.
6.14 Afsluiting
De nadere bevindingen zijn verwerkt in de vorm van een sectie "voorlopers" in het "Overzicht stamboom en takken", zie de pagina met het schema.
Laatste Update: 14-5-2010
